Sunday, 19 Nov 2017
  • Openingstijden:
  • maandag t/m donderdag: 09.00 - 18.00
  • vrijdag: 09.00 - 21.00
  • zaterdag: 09.00 - 17.00
  • zondag: 12.00 - 17.00

 

ONDERHOUD VAN EEN  ‘DAKPLATAAN’

Men moet regelmatig snoeien. De eerste jaren dient men de opgaand groeiende takken in

de zomer te verwijderen en/of in te binden, dit om een voller dak te verkrijgen. Dit dient 1 à 2

maal per jaar te gebeuren. Indien het gestel nog onvoldoende is, kunt u de nieuwe scheuten

inbinden. Nadat de dakplataan de grootte heeft bereikt die men wenst, moet men regelmatig

snoeien.

Knip alle zijscheuten in maart-april tot vlak boven de hoofdtakken weg. Kort alle verlengingen

van de hoofdtakken in tot op de gewenste lengte. De dakplataan zal weer volop nieuwe

scheuten gaan vormen. Wordt dit te veel, dan kan men in de zomer de lange scheuten halveren.

Het volgende voorjaar worden weer alle scheuten tot op de hoofdtak verwijderd. Een dakplataan

wordt ca. 350cm doorsnee.

ONDERHOUD VAN EEN ‘DAKMOERBEI’ EN ‘DAKCORYLUS’

Doordat deze wat minder snel groeien dan een dakplataan, behoeven deze in de begin

jaren minder snoei. Het snoeien wordt pas vrij laat gedaan (eind april- begin mei) in verband

met eventueel invriezen van de scheuten. Ook deze worden ca. 350cm doorsnee.

ONDERHOUD VAN ‘LEILINDEN’ EN ‘LEIPLATANEN’

Snoei alle nieuwe scheuten in het voorjaar volledig weg.

Na ca. 3 jaar worden er oude gesteltakken verwijderd zodat er maar 4 à 5 lagen ontstaan.

Bij meer lagen gaat dit ten koste van het model. Als de leiboom uiteindelijk de gewenste

vorm heeft, moet men deze jaarlijks snoeien. Dit kan op twee manieren gebeuren.

De eerste methode bestaat uit het wegknippen van alle scheuten die in het jaar daarvoor

zijn gevormd. Knip ze zo kort mogelijk tot op de hoofdtakken weg. De beste tijd hiervoor

is het voorjaar, voor het uitlopen van de knoppen.

Een andere methode is om elk voorjaar de helft van de scheuten weg te knippen en de

andere helft laten staan. Er komen dan minder nieuwe scheuten op de hoofdtakken en op

de twijgen die blijven staan. Eind mei- half juni knipt men dan met een heggenschaar de

nieuwe scheuten weg. Er ontstaat als het ware een haag op poten.

Leibomen worden ca. 350 cm doorsnee.